Home Updates Over ons Big Data Activiteiten Kennisbank Links Contact

Privacy in smart cities


Onderzoek

 
 



In het kader van de Data Alliantie Rotterdam Erasmus (DARE), dat opgenomen is in het programma van de Kenniswerkplaats Urban Big Data, zijn de gemeente Rotterdam en de Erasmus Universiteit een onderzoek gestart naar de management van privacy in smart cities.

Het succes van smart cities is gebaseerd op de integratie en de slimme toepassingen van data verzameld uit verschillende bronnen en informatie- en communicatietechnologieën. Zulke data komen bijvoorbeeld van camera’s, sensoren, drones, energiemeters, OV chip cards, databanken, social media accounts van burgers, en toestellen in het “internet of things”.

Het verzamelen en integreren van zulke data gaat echter niet zonder problemen. Een van de belangrijkste knelpunten is de privacy van burgers. Privacy is een cruciaal concept als het gaat om het vertrouwen van burgers in publieke instellingen en dus de bereidheid data met die publieke instellingen te delen.

Onderzoeksvragen
De vraag is hoe een balans gevonden kan worden tussen de behoeften aan enerzijds leefbaarheid, veiligheid en efficiëntie en anderzijds de behoefte aan privacy en controle over de eigen informatie. Om dit goed te kunnen managen moet een aantal vragen worden beantwoord, zoals:

- Wat is en moet privacy zijn?
- Welke aspecten in het leven van burgers moeten volgens hen worden beschermd en welke aspecten zijn zij bereid te delen in het kader van veiligheid?
- Hoe kunnen burgeres, veiligheidsorganisaties en beleidsmakers zoals de overheid de juiste balans vinden tussen privacy en openbare veiligheid?

Uitvoerders
Dit project wordt uitgevoerd door CESAM (Center of Excellence in Public Safety Management), Rotterdam School of Management, Erasmus Universiteit, vertegenwoordigd door: dr. P.S. Bayerl, Associate Professor Technology and Organizational Behavior en kernteamlid van de Kenniswerkplaats Urban Big Data, en prof.dr. G. Jacobs, professor of Organisational Behavior and Culture.

Het project heeft een looptijd van twee jaar (2018-2019) en bestaat uit een promotieonderzoek en een postdoc-onderzoek.